Die Nederlandse rol begon in de zeventiende eeuw. Kolonisten brachten vitis vinifera naar de Kaap en vestigden Constantia. Aan de andere kant van de wereld legden Nederlandse ingenieurs de moerassige Médoc droog, waardoor het gebied geschikt werd voor druiventeelt. À Gauche brengt die twee geschiedenissen samen, zonder zijn Zuid-Afrikaanse herkomst te verbergen.
Net als in de Médoc vormt cabernet sauvignon de basis. Adam oogst deze druiven in het gereputeerde Helderberg, op ongeveer acht kilometer van False Bay. De wijngaarden staan op bodems van verweerd graniet en klei. Merlot, cabernet franc, petit verdot en, anders dan in Bordeaux, een mespuntje syrah maken de blend compleet. Ze komen van steile hellingwijngaarden bij de Stellenbosch Mountain Range, waar rode, ijzerrijke klei het landschap tekent.
In de kelder verwerkt Adam elk druivenras afzonderlijk. Na de vergisting rijpen de wijnen ongeveer achttien maanden in Franse eikenhouten barriques. Pas daarna brengt hij de componenten samen. De cabernet sauvignon geeft kracht en structuur, terwijl de andere rassen parfum en kruidigheid toevoegen. Zo ontstaat samenhang zonder dat de nuances verloren gaan.
Adam omschrijft zijn bedoeling zelf als ‘de rijpheid van de Kaapse zomer vangen en tegelijk recht doen aan de essentie en verfijnde textuur van de klassieke bordeauxrassen’. Dat herken je in tonen van cassis, pruim en ceder, gevolgd door een rijpe, romige en krachtige smaak en een opvallend lange afdronk. À Gauche verwijst naar de beroemde linkeroever van Bordeaux, maar spreekt duidelijk met een Kaaps accent: rijp van zon, stevig van structuur en verfijnd van lijn.