De druiven komen uit Große Lagen rond Siebeldingen, waaronder grand cru Sonnenschein. Daar rusten de wijnstokken op Muschelkalk, een zeer oude bodem van kalkrijke leem en leisteen. Die ondergrond vormt het hart van de wijn.
Muschelkalk houdt water goed vast en neemt overdag warmte op, om die ’s nachts weer langzaam af te geven. Zo krijgen de druiven zowel vocht als warmte om gelijkmatig te rijpen. Ook het hoge aandeel vrije kalk speelt een belangrijke rol. Net als in Bourgogne en Champagne biedt deze bodem gunstige omstandigheden voor burgunderdruiven.
Franz plukt de druiven met de hand. In de kelder volgt een zorgvuldige tweede selectie, waarna hij ze volledig ontstelt. Na een koude inweking vindt de vergisting plaats in roestvrijstalen tanks. Vervolgens rijpt de wijn twaalf tot veertien maanden in kleine eikenhouten vaten uit Frankrijk en de Pfalz.
Het resultaat is een Spätburgunder met Bourgondische allure: elegant en intens, met voldoende kracht. Rijp fruit krijgt tegenspel van frisse zuren en rijpe tannines, waardoor de wijn evenwichtig blijft. Een wijn waarin de kalkrijke hellingen van Siebeldingen als het ware nog zacht nagloeien.