Hij maakt zijn wijnen in het zuiden van Baden, dicht bij de Bourgogne. Daar richt hij zich op de Burgundersorten. Spätburgunder, of pinot noir, is zijn grote liefde, maar ook weissburgunder, of pinot blanc, weet hij overtuigend naar zijn hand te zetten.
Voor deze cuvée komen de druiven deels uit zijn eigen wijngaarden en deels van bevriende wijnboeren. De wijnstokken zijn allemaal minstens twintig jaar oud en geven de wijn een mooie concentratie. Jürgen perst de weissburgunderdruiven voorzichtig. Daarna vergist het sap grotendeels in roestvrijstalen tanks en voor een klein deel in tonneaux. Tot aan de botteling rijpt de wijn daarin op de gisten, wat bijdraagt aan zijn karakter.
Het resultaat is sappig, origineel en verfrissend: een witte wijn met een heldere signatuur. Baden en Bourgogne liggen hier bijna in elkaars blikveld; Jürgen laat vooral zijn eigen stem spreken.