Jürgen oogst de druiven samen met zijn kompaan Guido Walter in speciaal geselecteerde wijngaarden in Ortenau, in het noorden van Baden. De wijngaarden hebben een zuidelijke expositie en granieten bodems: omstandigheden waarin chardonnay en weissburgunder van hoge kwaliteit kunnen groeien. Door de opbrengsten laag te houden, bouwt hij extra smaakconcentratie op.
Na de oogst vergist en rijpt de wijn vijftien maanden in eikenhouten vaten van 225 tot 500 liter. Een derde daarvan is nieuw; de overige vaten zijn eerder gebruikt. Zo blijft het fruit helder aanwezig, terwijl het eikenhout een verleidelijke toets toevoegt zonder te overheersen. Jürgen werkt zo puur mogelijk en bottelt met slechts een lichte filtering en nauwelijks toegevoegd sulfiet.
Dat levert een weelderige, volle witte wijn op met citrus, rijp steenfruit, vanille, toast en gebrande noten. De naam Triple G staat voor Ganz Großes Gewächs. Het is een stevige knipoog naar de wijngaardclassificatie van de Duitse wijnclub VDP, waarvan Jürgen zelf geen lid is. Graniet, hout en eigenzinnigheid: in Triple G vallen ze trefzeker samen.