Deze rode wijn bestaat voornamelijk uit touriga franca, syrah en alicante bouschet. De drie druivenrassen voelen zich thuis in het hete klimaat van Zuid-Portugal. Ze groeien in wijngaarden met bodems van klei en schist en worden met de hand geoogst.
Na de oogst vergisten de druiven in traditionele Portugese lagares: open kuipen die in de moderne kelder van Alexandre zijn geautomatiseerd. Daarbij blijven de schillen voortdurend ondergedompeld. Zo geven ze meer kleur en structuur aan de wijn. Daarna rijpt hij twaalf maanden in eikenhouten vaten, wat zijn karakter verder vormgeeft.
In de geur komen rijp rood en zwart fruit naar voren, gevolgd door specerijen, een vleug vanille en toast. De smaak is fluwelig, rijp en kruidig, met een afdronk die lang blijft hangen. Een rode wijn waarin de warmte van Zuid-Portugal nog even nagloeit.