Deze Syrah draagt de geschiedenis van zijn landschap met zich mee. Tijdens de goudkoorts in de 19e eeuw werd in deze regio niet alleen goud gevonden, maar ook tin: een destijds geliefd metaal dat nog altijd aanwezig is in de mineraalrijke bodems van de wijngaarden. Dankzij steun van het publiek bleven die wijngaarden behouden.
Op de westelijk georiënteerde hellingen brengt de koele wind van de Atlantische Oceaan rust in de rijping. De druiven ontwikkelen zich daardoor langzaam en gelijkmatig, wat de wijn extra elegantie geeft.
Na de vergisting rijpt de wijn zestien maanden op Frans en Amerikaans eikenhout. Die rijping voegt diepte en zachtheid toe.
Zwarte peper, bramen en een subtiele hint van vanille bepalen de geur. De smaak is stevig en rijp, met intense tonen van donker fruit, kruiden en peper, gedragen door zachte tannines. Een Syrah waarin Atlantische koelte en de sporen van oude mijnbouw samenkomen.