De druiven worden met de hand geplukt op Bruns beste percelen. Daarna volgt de vinification bourguignonne: vergisting in eikenhouten fusten van minstens één jaar oud en bâtonnage, waarbij de wijn op de gistresten rijpt en deze worden rondgeroerd. Zo ontstaat een complexe, volle en droge Beaujolais Blanc, met een discreet eikenaroma, veel finesse en opvallend veel doordrinkbaarheid.
Die levendigheid hangt onder meer samen met Bruns keuze om niet te chaptaliseren. Hij voegt dus geen suiker toe aan het ongegiste druivensap om het alcoholpercentage te verhogen. Ook vertrouwt deze markante wijnmaker op natuurlijke gisten en houdt hij filtering en klaring tot een minimum. De techniek blijft op de achtergrond; in het glas staat een wijn zonder opsmuk, maar met een karakter dat nog lang blijft spreken.