Paolo de Marchi bouwde zijn reputatie op als wijnmaker van het befaamde Chianti Classico-domein Isole e Olena, vooral dankzij zijn grote kennis van sangiovese. Die druif vormt het hart van Chianti Classico en is ook de enige druif in zijn beroemde Cepparello. Toch kijkt Paolo graag verder dan de Toscaanse traditie.
Eind jaren tachtig begon hij een eigen chardonnay-project. Hij plantte vijf verschillende chardonnayklonen uit de Bourgogne aan en gaf de druif een plek in het landschap van Isole e Olena. De wijn groeide uit tot een cultwijn, gemaakt in kleine oplage en doorgaans snel uitverkocht.
Na de oogst vergist de wijn in barriques, waarvan een derde nieuw is. Daarna rijpt hij tien tot twaalf maanden in dezelfde vaten, op de gisten. Af en toe worden die omgeroerd, de zogeheten bâtonnage, zoals dat ook in de Bourgogne gebeurt. Die aanpak geeft het hout een duidelijke rol zonder het karakter te overstemmen.
Paolo’s handschrift draait om finesse en balans. In deze Chardonnay komen rijp fruit, verfijnde mineraliteit en frisse zuren samen met mooi gedoseerd eiken. De afdronk is indrukwekkend: hier vinden Toscaanse grond en Bourgondische precisie elkaar in één heldere stem.