Tussen 1984 en 1999 plantte Paolo de cabernetstokken aan, afkomstig uit Bordeaux, de bakermat van de druif. De 3,5 hectare wijngaard ligt voornamelijk op galestro, een mengsel van klei en schist. De druiven worden met de hand geoogst, doorgaans in de tweede helft van oktober.
Na de oogst worden de druiven volledig ontsteeld. De vergisting vindt plaats in roestvrijstalen tanks en deels in grote eikenhouten cuves. Ongeveer vier weken contact tussen schillen en sap zorgt voor de gewenste extractie van kleur, aroma en tannine. Daarna rijpt de wijn twee jaar in barriques van Frans eiken en een klein aandeel Amerikaans eiken; 40% van de vaten is nieuw. Na de botteling volgt nog ongeveer drie jaar flesrijping op het domein, waardoor de verschillende elementen harmonieus samenvallen.
In de geur komen bosbes, pruim, vanille en salie samen. De smaak is krachtig en vol, maar tegelijk soepel en verfijnd. Rijpe tannine en zorgvuldig gedoseerd hout krijgen spanning van elegante, frisse zuren. Die balans leidt naar een lange finale vol finesse. Hier ontmoeten Bordeaux en het Toscaanse landschap elkaar in één glas, met Paolo de Marchi als overtuigende verteller.