Waar veel Jura-wijnen traditioneel oxidatief worden opgevoed, kiest Rouve een andere weg. Bij die klassieke stijl zorgt contact met zuurstof voor tonen van geroosterde noten en beurse appel. Florent werkt juist zoals in de Bourgogne: puur, met minimale interventie en een heldere uitdrukking van het terroir.
De druiven komen van oude stokken in het gelijknamige perceel En Paradis. Ze staan op klei, de zogeheten marnes bleues. De relatief koele ligging houdt de druiven fris en aromatisch en geeft de wijn zijn kenmerkende spanning en verfijning.
Na de handmatige oogst vergist hij de chardonnaydruiven met druifeigen gisten in eikenhouten vaten. Daarna blijft de wijn daar zestien maanden op de gisten rijpen. Rouve kiest bewust niet voor bâtonnage en laat de wijn zo veel mogelijk zijn eigen karakter behouden.
Dat proef je in een Chardonnay die knisperend fris, zuiver en mineralig overkomt. Het romige karakter en de duidelijke eikentoets geven tegenwicht, zonder de levendigheid te dempen. De naam En Paradis klinkt groot, maar de wijn maakt het beeld geloofwaardig: een koel stukje Jura waarin precisie en verleiding moeiteloos samenkomen.