De wijn wordt gemaakt van greco en fiano, twee druivenrassen die kenmerkend zijn voor Zuid-Italië. De druiven groeien op maar liefst 800 meter hoogte, tegen de flanken van de Monte Vulture. Op deze inactieve vulkaan vormt de hoge ligging een helder tegenwicht voor het warme klimaat. Zo behouden de druiven hun geurige aroma’s en levendige frisheid.
Na de pluk worden ze zacht geperst. Het sap vergist vervolgens bij gecontroleerde temperatuur in roestvrijstalen tanks. Daar rijpt de wijn nog kort op de gisten voordat hij wordt gebotteld. Die zorgvuldige werkwijze ondersteunt het zachte, toegankelijke karakter en geeft de wijn een subtiele briochetoon.
In de geur is deze Bianco opvallend aromatisch, met rijpe tonen van perzik en abrikoos. Een originele witte wijn, geboren hoog op de vulkaanflank.