Voor Ponce, de wijn die zijn eigen naam draagt, nam hij vijftien jaar de tijd. De blend bestaat uit 85% bobal, zijn specialiteit, en 15% moravia agria, een weinig bekende lokale druif. Beide groeien in een wijngaard in Villanueva de la Jara, waar de stokken wortelen in een zanderige, rotsige bodem boven een onderlaag van kalksteen.
Na de oogst vergist Ponce de twee druivenrassen afzonderlijk, als hele trossen en met de gisten die van nature op de druiven aanwezig zijn. Daarna kiest hij het mooiste vat bobal en het mooiste vat moravia agria. De wijnen blijven wat langer bij de gisten, voordat hij ze samenbrengt in de uiteindelijke blend.
Het resultaat is een wijn met de lichte kleur van pinot noir en een bijzonder subtiele, gelaagde geur en smaak. Geen krachtpatser, maar een wijn die steeds nieuwe details prijsgeeft. In een streek die zo vaak met volume wordt vereenzelvigd, voelt Ponce als een fijne lijn in een weids landschap. Juan Antonio laat overtuigend zien dat Castilla-La Mancha ook tot grote verfijning in staat is.