Abadía de San Quirce heeft een bijzondere troef in handen. In Ribera del Duero bezit en beheert het wijngoed wijngaarden met tinto fino, de lokale naam voor tempranillo. De stokken zijn vijftien tot meer dan honderd jaar oud. Een deel overleefde zelfs de druifluisplaag.
Deze oude stokken staan ongeënt, dus zonder Amerikaanse onderstok, in zanderige bodems op ongeveer 800 meter hoogte. Ze worden niet opgebonden en groeien als vrijstaande struiken, in het Spaans cepas en vaso. Al het werk gebeurt met de hand. Vooral de oudste stokken zijn te kwetsbaar voor machines: hier bepaalt de wijnstok het tempo.
Voor deze Reserva komen de druiven van stokken die gemiddeld vijftig jaar oud zijn. Na de vergisting laat wijnmaakster Diana Moreno Grávalos de wijn eerst vier maanden op de gisten rusten. Daarna volgt een rijping van achttien maanden in barriques van Frans en Amerikaans eiken.
Het resultaat is een krachtige en geconcentreerde Ribera del Duero die tegelijk mooi in balans blijft. Rijp bramenfruit voert de boventoon, met daarnaast tonen van leer en een verfijnde toets van eikenhout. Een wijn waarin de hoogte, het handwerk en de eerbiedwaardige stokken samenkomen.