De wijn bestaat voornamelijk uit grenache, aangevuld met een klein deel mourvèdre en syrah. Net als in Nîmes bewerkt Anne haar wijngaarden volgens biologische en biodynamische principes. Ochtendmist en de koele mistral geven de wijngaard een relatief koel microklimaat, waardoor de druiven voldoende frisheid behouden.
De druiven worden met de hand geoogst en ondergaan in de kelder een korte vergisting. Na het persen rijpt de wijn tien maanden in betonnen cuves. Voor de botteling gebruikt Anne slechts een minimale hoeveelheid sulfiet.
Het resultaat is een pure, sappige en lichtvoetige natuurwijn. In de geur verschijnen subtiele tonen van framboos, kers en versgemalen zwarte peper. De smaak is verfijnd en sappig, met een lichte kruidigheid die het levendige karakter mooi ondersteunt.
Ook de naam vertelt een verhaal. Shi fu mi is Japans voor één, twee, drie: het aftellen voor steen, papier, schaar, in het Frans ook wel chifoumi. Elk onderdeel verwijst naar de wijngaard. De steen, caillou, staat voor de rolkeien; het papier, feuille of blad, voor de grenachedruif; en de schaar voor het werk in de wijngaard. Op het fraaie label komt dat spel opnieuw tot leven. Zo vallen in Shi Fu Mi landschap, druif en vakmanschap speels samen: drie tekens, één wijn.